Interessant essay van Andrew Doyle

Andrew Doyle, de Britse komiek en schrijver heeft een tijd geleden een interessant stuk geschreven over de noodzaak tot kritisch (leren) denken dat nog steeds relevant is. Klik HIER voor het origineel. Hieronder deel ik mijn vertaling.

Het kenmerk van een geschoolde geest

Kritisch (leren) denken is de absolute voorwaarde voor beschaving. Het zou ons kunnen redden van het geïnfantiliseerde debat van tegenwoordig.

“Aspasia omringd door Griekse filosofen”, ca. 1670,  Michel Corneille

Jaren geleden gaf ik een speech bij de London Metropolitan Archives, waarin ik mijn redenen uiteenzette voor het afwijzen van de destijds modieuze theorie van sociaal constructionisme met betrekking tot menselijke seksualiteit. Tijdens de koffiepauze werd ik aangesproken door een lesbische activist die claimde haar seksuele voorkeur te hebben gekozen als een manier om in opstand te komen tegen het patriarchaat. Ze eiste uitleg waarom ik niet wilde accepteren dat geslacht geen biologische basis heeft, ook al had ik dat net ruim een uur uit staan leggen. “Het spijt me”, zei ik, “maar ik heb al uitgelegd waarom ik het niet met je eens ben.” “Maar waaróm ben je het niet met me eens?” schreeuwde ze. “Waaróm?”

Basisschoolleraren zal dit soort gefrustreerde smeekbedes bekend voorkomen. De boosheid van een kind wordt vaak gekenmerkt door onbegrip, een gevoel van onrechtvaardigheid, of beide. Wanneer een volwassene zich zo gedraagt is het een teken van een gemankeerde ontwikkeling. Er wordt de laatste tijd veel gesproken over het gebrekkige niveau van ons politieke debat – en daar zit een kern van waarheid in – maar waar we eigenlijk mee te maken hebben is massale onvolwassenheid. De impact daarvan is overal waarneembaar: online, in de media en zelfs in ons parlement. Argumentatie is gereduceerd tot een kwestie van tribale loyaliteit; of iemand gelijk of ongelijk heeft is niet belangrijk, alleen de voldoening die het schenkt een tegenstander te verslaan.

Dit is niet simpelweg het gevolg van de alomtegenwoordigheid van sociale media, maar eerder een algemeen en jarenlang falen van onze onderwijsinstellingen om de vaardigheid van kritisch denken bij te brengen.

Een vrijdenker zijn heeft weinig te maken met retorisch talent, maar alles met het vermogen tot introspectie. Debatteren om onze overtuigingskracht en argumenten te verfijnen is prachtig, maar het is een zinloze exercitie wanneer we bij voorbaat niet bereid zijn te accepteren dat we misschien ongelijk hebben.

In zijn boek God als Misvatting (The God Delusion), vertelt Richard Dawkins een anekdote uit zijn tijd als student aan de universiteit van Oxford. Een Amerikaans academicus gaf een voordracht over het Golgi-apparaat, een microscopisch klein organel aanwezig in planten- en dierencellen, en presenteerde daarmee onweerlegbaar bewijs voor het bestaan ervan. Een wat ouder lid van de faculteit Zoölogie, die jarenlang had beargumenteerd dat het bestaan van het Golgi-apparaat een mythe was, was aanwezig bij de voordracht. “Aan het einde van de voordracht,” zo vertelt Dawkins, “liep de oude man naar voren, schudde de Amerikaan de hand en zei met groot enthousiasme ‘Mijn waarde, ik wil u bedanken. Ik heb het 15 jaar lang bij het verkeerde eind gehad.’ We hebben onze handen blauw geklapt.”

Dit is het ideaal dat slechts zo weinigen op kunnen brengen, vooral wanneer het gaat om beweringen van politiek-ideologische aard. We zien vaak genoeg voorbeelden van commentatoren of politici wiens ideeën een kritische beschouwing niet hebben doorstaan, maar hoe vaak zien we hen hun fouten toegeven? Zelfs wanneer onomstotelijk is vastgesteld dat ze ernaast zaten?

De socioloog en filosoof Herbert Spencer had een goede reden om zijn boek First Principles (1862) te openen met de bewering dat er zoiets bestaat als “a soul of truth in things erroneous” (vrij vertaald “een kern van waarheid in misvattingen”). Maar zulke concessies kunnen alleen worden gedaan door diegenen die het belangrijker vinden echt gelijk te hébben in plaats van gelijk te krijgen. Velen lijken vastbesloten moeilijke discussies te beschouwen als alles-of-niets, waarbij het gunnen van welk punt dan ook aan je tegenstander, meteen betekent dat je verslagen bent.

Kritisch denken nodigt uit om de bron van onze kennis en overtuigingen nader te beschouwen. Iemand kan spreken met de overtuiging van een profeet uit het Oude Testament, maar is deze persoon zelf tot zijn of haar conclusies gekomen of herhaalt hij of zij alleen andermans ideeën?

Filosoof en essayist William Hazlitt is uitgebreid ingegaan op de notie dat sofisten – diegenen die scherpzinnig een debat kunnen voeren en daarbij elk standpunt kunnen innemen – niet persé kritische denkers zijn. Ook degene die slechts de helft van een onderwerp kent kan er eloquent over spreken. “Je zou net zo goed de lamme kunnen vragen uit zijn stoel te springen en zijn krukken weg te gooien, als een geleerde zijn boek neer te gooien en voor zichzelf te denken. Hij klampt zich eraan vast voor intellectuele steun en vreest de leegte wanneer hij aan zijn eigen denkvermogen wordt overgelaten”, zo schreef hij.

Confirmation bias – de menselijke neiging om meer waarde te hechten aan informatie die de eigen hypotheses en ideeën bevestigt – is een groot probleem, vooral onder ideologen. Alles kan worden gebruikt om je argumenten kracht bij te zetten, zo lang het in je kraam te pas komt. We zien dit vooral bij voorstanders van het sociale gelijkheidsdenken, die ervan uitgaan dat ongelijke uitkomsten – zoals bijvoorbeeld de verschillen in salaris tussen mannen en vrouwen – het bewijs zijn voor structurele onrechtvaardigheid in de samenleving. Ze beginnen met de conclusie en beschouwen dan met terugwerkende kracht hun argumenten als bewijs.

Wat het nog erger maakt, is dat deze aanpak meestal samenvalt met een duidelijk moreel standpunt. Veel van de meest onaangename types op sociale media kunnen hun gedrag niet herkennen voor wat het is, omdat ze zichzelf de deugdzame rol hebben toebedeeld. Zij zijn moreel superieur en daarom moet iedereen die het niet met hen eens is wel kwaadaardig zijn. Dat ontslaat hen meteen van de plicht de ander fair te behandelen. Deze denktrant is de oorzaak van de meer deprimerende aspecten van de debatten die hebben geleid tot het Brexit referendum, waarin prominente commentatoren de keuze Remain versus Leave gelijkstelden aan Goed tegen Kwaad.

We moeten alert zijn op het gevaar dat gedegen argumentatie en analyse slachtoffer worden van het ego. Eén van de redenen waarom discussies op sociale media zo vaak uit de hand lopen is dat dit forum publiek is. Waar toeschouwers zijn, bestaat het risico dat kritisch denken ondergeschikt wordt gemaakt aan de behoefte een discussie te winnen en een ander te vernederen; onze beperkingen als statusgevoelige primaten.

Onder deze omstandigheden worden complexe zaken die een genuanceerde benadering vereisen op een misleidende manier versimpeld en opponenten zodanig verkeerd gekarakteriseerd, dat er alleen nog gediscussieerd wordt met schimmen die zijn voortgekomen uit de eigen fantasie. De socratische debatmethode daarentegen, spoort ons aan discussie als een kans te zien om nader tot elkaar te komen, een manier om ideeën te toetsen door dialectiek.

Dit is het ideaal dat zou moeten worden verankerd in ons landelijk onderwijscurriculum. Kinderen moet geleerd worden dat er maar weinig discussies zijn die kunnen worden versimpeld tot Goed en Kwaad en nog minder waarin het gelijk van de één, meteen het moreel defect van de ander betekent. In het lexicon van Kritisch Denken wordt dit wel “valse uitsluiting” genoemd, dat wil zeggen “of jij hebt gelijk of ik heb gelijk, wat betekent dat als jij ongelijk hebt ik wel gelijk moet hebben”. Op deze manier is kritisch denken onmogelijk.

Om werkelijk te proberen andermans wereldbeeld te begrijpen is mentale inspanning nodig, “maar de meeste mensen gaan liever dood dan na te denken”, zoals Bertrand Russell het omschreef. In de psychologie heet dit het cognitive miser principe (vrij vertaald “cognitieve vrek”). De menselijke hersenen geven de voorkeur aan de gemakkelijkste oplossing tot welk probleem dan ook. Mentale versimpelingen zijn dus voorgeprogrammeerd. Daarom voelt het zoveel prettiger om gezegd te worden wat je moet denken in plaats van voor jezelf te denken.

Ik herinner mij een Engelse les waarin ik een discussie voerde met mijn leerlingen over de rol van Satan in Milton’s klassieker Paradise Lost, een onderwerp dat terugkomt in hun examens. Ik wilde graag weten wat zij ervan vonden en waarom. Eén van de leerlingen was brutaal genoeg om te vragen “kunt u ons niet gewoon vertellen wat we moeten opschrijven om een hoog cijfer te krijgen?”.

Dit was niet de fout van de leerling. Om de concurrentiestrijd met andere scholen te winnen is er de laatste jaren een trend waarneembaar om lesstof met de paplepel aan leerlingen te voeren. Werkschema’s en toetscriteria worden de leerlingen vrijelijk ter beschikking gesteld om ze in staat te stellen de benodigde doelen te halen. Onderwijs geven om leerlingen aan het denken te zetten is niet meer belangrijk. Ik heb getalenteerde leerlingen een slecht cijfer zien krijgen voor teveel individualiteit in hun antwoorden. Onder zulke omstandigheden is zelfs een onderwerp als Engelse literatuur gereduceerd tot een soort geheugentest waarbij kennis mechanisch wordt opgelepeld.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat leerlingen die als keuzevak Kritisch Denken kiezen, dit vooral doen om op een makkelijke manier hun CV te spekken. De lessen worden over het algemeen onderverdeeld in Probleemoplossing en Kritisch Denken, waarbij het eerste zich bezighoudt met het verwerken en interpreteren van informatie en het tweede de basis behandelt van Analyse en Argumentatie. Leerlingen leren over algemene dwalingen zoals ad hominem (persoonlijke aanval), tu quoque (tegenaanval) en post hoc ergo procter (correlatie aanzien voor oorzaak) en meer uit Aristoteles’ Retorica. Het Latijn doet het moeilijk klinken, maar in feite zijn het eenvoudige ideeën die makkelijk te begrijpen zijn.

Als we alle debatten waarin deze fouten worden gemaakt terzijde zouden schuiven, zouden vrijwel alle online discussies verdwijnen. Voor wat betreft politici en commentatoren; een basaal begrip van de principes van argumentatie zou een hoop verbeteren aan de duidelijkheid en de verfijning van het publieke debat.

Dat gezegd hebbende, het bestuderen van Kritisch Denken als academisch onderwerp is wellicht niet genoeg. Zoals de psycholoog Daniel T. Willingham al heeft bepleit, zijn cognitieve vaardigheden zinloos zonder grondige contextuele kennis. Kritisch denken is al onderdeel van elke pedagogische aanpak die zich concentreert op hóe te denken in plaats van wát te denken. De stijgende invloed van Critical Social Justice in het onderwijs stelt ons hierin voor een probleem, omdat deze stroming uitgesproken vijandig staat tegenover afwijkende meningen. Elk instituut dat wordt gedreven door ideologie, zal bijzonder slecht in staat zijn kritisch denken te bevorderen. Zeker waar van leerkrachten verwacht wordt dat ze ideeën uitdragen in lijn met de modieuze identiteitspolitiek.

Het depolitiseren van onderwijsinstellingen is slechts de eerste stap. Kritisch denken behoeft bescheidenheid; dit betekent niet alleen open staan voor de mogelijkheid dat je ongelijk hebt, maar ook te begrijpen dat een ongeïnformeerde mening waardeloos is, met hoeveel passie deze ook wordt uitgesproken. De kunst van het interpreteren is hierbij zeer belangrijk, maar wel met specifieke kennis van het onderwerp als grondige basis. Dit is het uitgangspunt voor Camille Paglia’s om voor elkaar te krijgen dat kunstgeschiedenis in het nationale curriculum moet worden opgenomen vanaf de basisschool. In haar boek Glittering Images, legt zij uit dat kinderen een “historisch denkraam van objectieve kennis over kunst” nodig hebben, in plaats van kunst alleen te gebruiken als “therapeutisch instrument om de verborgen creativiteit van het kind te stimuleren”. Kleien, knippen en plakken zijn belangrijk, maar we moeten de geschreven kennis niet veronachtzamen.

Een gezonde dosis bescheidenheid zou tegengewicht kunnen bieden aan het stijgende narcisme en het gebrek aan empathie zoals dat door psychologen is waargenomen de afgelopen 30 jaar. Eén van de manieren waarop deze trend zich manifesteert is de algemene neiging van discussies om te ontaarden in beschuldigingen van liegen. Het vergt een ernstige vorm van egocentrisme om ervan uit te gaan dat de enige mogelijke verklaring voor een alternatieve of tegengestelde denktrant móet zijn dat je tegenstander liegt.

Om kritisch te kunnen denken, moeten we niet slechts die conclusies voor waar aan willen nemen die overeenstemmen met die van onszelf. Onderwijs gebaseerd op kritisch denken is het fundament van beschaving, de enige manier om orde uit chaos te scheppen. Tribalisme, moddergooien en het onvermogen de eigen denkbeelden kritisch te beschouwen zijn allemaal tekenen van een gebrek aan beschaving en de daaruit voortvloeiende bereidheid om van mening te veranderen. Een generatie volwassenen die de egocentrische impulsen uit hun kindertijd niet heeft afgeleerd, is kortom slecht voor de maatschappij.

Nu er steeds luider wordt geklaagd over het matige niveau van het publieke debat, is het hoog tijd voor een discussie over hoe we kritisch denken in ons onderwijs gaan verankeren. Het voortbestaan van onze beschaving zou er wel eens van af kunnen hangen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s