Stroomstoring en het dunne laagje vernis

Sinds de start van de lock-down zit ik met mijn gezin thuis. Zoals voor de meeste medelanders is het ook voor ons behelpen. Mijn man heeft inmiddels zijn hoofdkwartier in de woonkamer, mét extra groot beeldscherm aan een antiek bureau, maar helaas zonder fatsoenlijke stoel. Mijn puberdochter verschanst zich op haar kamertje met laptop en mobiel en claimt kromgebogen op haar bed beter te kunnen werken dan aan haar bureautje. Mijn 10-jarige zoon en ik hebben van de keuken onze werkplek gemaakt met schoolboeken, kladblok, pennen en een laptop die de eettafel bezetten (naast een onafgemaakte puzzel van 950 stukjes en vuil servies dat meermaals per dag blijft verschijnen).

Hij krijgt dagelijks een berg instructies en opdrachten van zijn juf via e-mail en een vlog, anders zou ik zijn dagbesteding godbetert zelf moeten verzinnen. Nadeel van de structuur die school op afstand aan zijn dagen geeft, is dat ik er een dagtaak bij heb als juf. Een rol die mij niet persé op het lijf geschreven is. Mijn zoon is net als ik geen ster in rekenen, of althans geen ster als het gaat om het zich eigen maken van de formules die het rekenonderwijs ons probeert te leren. De logica ontgaat ons vaak, maar dat komt omdat we er een geheel eigen logica op nahouden. Ik gloei van trots om mijn genetische aanleg, of in dit geval het gebrek daaraan voor wat betreft rekenformules, terug te zien in mijn jongste.

Ik gloei van trots om mijn genetische aanleg, of in dit geval het gebrek daaraan voor wat betreft rekenformules, terug te zien in mijn jongste.

Mijn dochter is uit heel ander hout gesneden, zij dopt haar eigen boontjes al sinds ze een jaar of 2 was en maakt elke dag keurig haar huiswerk, woont videolessen bij en gedraagt zich zodanig verantwoordelijk dat ik er geen omkijken naar heb. Ze heeft zelfs een “Corona-planner” gemaakt en op haar kamerdeur gehangen. Zó niet zoals ik zelf was op die leeftijd (trouwens ook niet op 42-jarige leeftijd) dat ik ook daar apetrots op ben.

Na deze moeizaam bereikte nieuwe balans brak gisteren alsnog de pleuris uit. Opeens zaten we zonder stroom en dus ook zonder internet. Rond het middaguur ging ons leven op zwart, mijn man kon niet meer videoconferencen, mijn dochter geen lessen bijwonen of taken insturen en mijn zoontje, ach die had gelukkig zijn papieren schoolboeken nog. Wat vooral opviel te midden van de chaos, is hoe afhankelijk we zijn van technologie én hoe dun het laagje vernis over ons humeur is. De eerste dagen van de coronacrisis waren we nog helemaal de kluts kwijt en moesten we ons aanpassen aan een nieuwe en onvermoede werkelijkheid. Vanaf de tweede week voelde het alweer als het nieuwe, hoewel irritante, normaal.

De stroomstoring maakte onze rafelige zenuwuiteinden zichtbaar. We wachtten op de elektricien als ware hij een afgezant van de goden en toen hij na uren verscheen en de klus klaarde, waren we hem zo dankbaar dat we hem zelfs éxtra betaalden. Opgelucht dat we weer konden doen alsof alles, ondanks de crisis, onder controle is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s